KOERSEN OM TE WINNEN

Eric van den Boom

Jeroen Blijlevens

Alle randvoorwaarden om dit seizoen met CCC-Liv te kunnen presteren zijn aanwezig, stellen ploegleider Jeroen Blijlevens en teammanager en -eigenaar Eric van den Boom. Het topsportklimaat is er professioneler op geworden en de selectie is versterkt. Jonge talenten, kampioenen in spe en wereldtoppers vormen samen een uitgebalanceerd team. “We willen dit seizoen koersen om te winnen.”


lees verder

KOERSEN OM TE WINNEN

Jeroen Blijlevens

Eric van den Boom

Alle randvoorwaarden om dit seizoen met CCC-Liv te kunnen presteren zijn aanwezig, stellen ploegleider Jeroen Blijlevens en teammanager en -eigenaar Eric van den Boom. Het topsportklimaat is er professioneler op geworden en de selectie is versterkt. Jonge talenten, kampioenen in spe en wereldtoppers vormen samen een uitgebalanceerd team. “We willen dit seizoen koersen om te winnen.”

Hoe Nederlands is deze ploeg?

Jeroen Blijlevens: “Het aantal nationaliteiten is vergelijkbaar met vorig seizoen. De kern is Nederlands. Maar goed, bij volgers van onze sport is er soms verwarring. Ik heb ons al aangekondigd zien worden als Poolse en Amerikaanse ploeg… Ergens snap ik de verwarring ook wel met een collega-mannenteam in de Verenigde Staten en een Poolse schoenenproducent als eerste naamsponsor.”

Eric van den Boom: “We zijn onveranderd Nederlands en nog altijd zelfstandig. De teambasis en service course zijn sinds vele jaren gevestigd in Nederland. We rijden ook met een Nederlandse licentie. Wel hebben we daadkrachtige, internationale hoofdsponsors: CCC uit Polen en Liv uit Taiwan. En daar zijn we ontzettend blij mee. Ze stellen ons in staat om te wedijveren met de absolute top in de wielersport.”

Jeroen Blijlevens: “We voelen ons thuis en comfortabel in het oranje.”


Hoe hebben jullie de selectie samengesteld?
Eric van den Boom: “We proberen een ploeg altijd in balans te houden, zowel op menselijk als sportief vlak. Rensters moeten in het team passen. Op sportief gebied moet er ook evenwicht zijn. Je hebt jongere rensters met ontwikkelingsmogelijkheden, je wilt hen richting de subtop bewegen. Tegelijkertijd heb je de rensters die sterk en krachtig genoeg zijn om de kopvrouw te ondersteunen en af en toe zelf al kopvrouw kunnen zijn. Daarnaast zijn er de kopvrouwen. Voor dit seizoen was het van belang om een topper aan te trekken.”

Jeroen Blijlevens: “Ik ben heel blij dat we Ashleigh Moolman Pasio erbij hebben gekregen. Zij is van absolute wereldklasse. Ze kan op veel fronten mee. Het maakt niet uit of we met haar in de Vlaamse Ardennen koersen of de Monte Zoncolan bedwingen.”

Eric van den Boom: “We zijn met haar in staat om in finales een nog grotere rol van betekenis te spelen. De kansen op succes nemen toe.”

Jeroen Blijlevens: “Het groepje dat in finales belandt is toch vaak relatief beperkt. Je zag ook vorig jaar vaak dezelfde namen terugkomen. Met Ashleigh en Marianne Vos denken we twee zekerheidjes te hebben. Ook Sabrina Stultiens zit er heel dicht tegenaan als ze in vorm is. Daarnaast hebben we rensters die langzamerhand op de deur kloppen.”


“We zijn in alle opzichten gegroeid.
Binnen CCC-Liv heerst nu een echt topsportklimaat”

Gaat de langverwachte klassiekerzege van Ashleigh Moolman Pasio er in 2019 komen?

Jeroen Blijlevens: “Ja! Als je ziet hoe compleet zij is en hoe sterk zij is, dan moet het kunnen. Ze is er zeker

afgelopen jaar al heel dichtbij geweest. Waarom zou het niet een keer kunnen lukken? Met de instelling ‘we gaan

het zien’ komen we er niet. We gaan ervoor en hebben geloof in eigen kunnen, of het nou Ashleigh is die een

klassieker wil winnen of Evy Kuijpers die wil aansluiten bij de elite.”

Eric van den Boom: “We doen er alles aan om met haar een grote zege binnen te halen. Ik denk dat we een

heel goede omgeving hebben gecreëerd waarbinnen succes kan groeien. Binnen CCC-Liv heerst nu een echt

topsportklimaat. We hebben een ploeg die haar optimaal kan steunen in de wedstrijden die haar liggen. Ze heeft

dus volop kans. Hopelijk pakt ze een grote prijs. Je bent natuurlijk ook afhankelijk van tegenstanders.”



“Een glazen bol hebben we niet, maar Jeanne Korevaar heeft de mogelijkheden om tot de absolute top door te breken”

Wie heeft het in zich om de seizoensrevelatie te worden?
Jeroen Blijlevens: “Dat is heel moeilijk te zeggen, want we hebben pas een paar teamkampen en enkele voorbereidingswedstrijden gehad. Het gaat erom dat alle rensters stappen zetten. Een van de rensters van wie ik wat verwacht is Jeanne Korevaar. Zij krijgt echter alle rust en ruimte om zich vanuit de groep op te werken en te ontwikkelen tot een topper. Druk leggen we haar niet op.”
Eric van den Boom: “Jeanne Korevaar is ‘eigen kweek’ van de ploeg en doet het goed. Elk jaar wordt ze een beetje beter. Een glazen bol hebben we niet, maar ze heeft naar onze smaak de mogelijkheden om tot de absolute top door te breken. Zij wordt in de komende jaren een vaste waarde in het vrouwenpeloton.”


“Het komt in koers vaak aan op boerenslimheid, het is niet altijd de sterkste die wint”

De ploeg heeft een grote naam als het gaat om het voortbrengen van toppers. Wat is het geheim van de smid?

Eric van den Boom: “Ik denk dat wij geduld hebben. En ik denk dat we rensters goed bij de hand nemen. We hebben de mogelijkheid om de juiste trainingsvoorwaarden te bieden, alle randzaken kloppen. Je moet rensters leren hoe optimaal te trainen, hoe een professioneel sportleven eruitziet. Wat we als extra hebben, is dat we ze kunnen leren de koers te lezen. Hoe moet je tactisch koersen? Jeroen heeft daar met al zijn ervaring een belangrijk aandeel in.”

Jeroen Blijlevens: “Ik laat rensters vooraf zelf nadenken over situaties in koers. Welke scenario’s zouden zich kunnen voordoen? Wat doe je op zulke momenten? Als de rensters zelf een antwoord hebben, dan zet ik daar mijn gedachten tegenover. Door samen te discussiëren, bepalen we de tactiek. Wat ik vaak merk is dat rensters een romantisch beeld hebben: ze stippelen hun weg uit en zien hoe zij het liefst winnen. Maar je hebt ook met tegenstand te maken die soms nog wat sterker is. Het is ook belangrijk om de concurrentie te analyseren en daar mee te spelen. Het komt in koers vaak aan op boerenslimheid, het is niet altijd de sterkste die wint.”

Eric van den Boom: “Onze tactische plannen veranderen ook per koers, we spelen niet altijd dezelfde renster uit. Iedereen kan bij ons in de positie komen om te winnen, de tactiek wordt aangepast op de situatie die zich voordoet. Rensters leren finales te rijden. Op een gegeven moment komt het eruit.”


Wat moet de toevoeging van een performancemanager brengen?

Eric van den Boom: “Hidde Bekhuis is er afgelopen winter bijgekomen. Hij is een belangrijke extra schakel in de ploeg. Je ziet dat de ontwikkelingen in het wielrennen heel snel zijn gegaan. Niet alleen qua technologie – materiaal, kleding, trainingstools – maar ook op trainingsgebied. De performancemanager is up to date en bekommert zich om alle mogelijke verbeterpunten. Hoe kunnen we het frontaal oppervlak verkleinen? Op welke manier kunnen we meer power leveren? Hoe kunnen we efficiënter trainen?”
Jeroen Blijlevens: “Het wielrennen wordt anno 2019 anders benaderd, ook bij de vrouwen. De wetenschap is belangrijker geworden. We kunnen en willen niet achterblijven. Sterker nog, we willen een koploper zijn. Alle randvoorwaarden moeten goed zijn: het materiaal, de voeding, de trainingsschema’s. Dat past ook bij deze ploeg. Er staat een heel professionele, gedisciplineerde groep. Zelfs bij het eerste trainingskamp, in december, werd er al heel serieus toegeleefd naar het seizoen. Trainen, rusten, trainen, rusten; dat ritme. Het is een goede basis om een professionele ploeg op te bouwen. Dat hoort ook bij CCC-Liv. Er moet gepresteerd worden, zonder dat we er echt veel druk op leggen. Dat werkt vaak averechts.”


“De Ronde van Vlaanderen blijft een fenomeen op de kalender”

Wanneer zijn jullie aan het einde van het seizoen tevreden?
Jeroen Blijlevens: “Als ik zie dat er een ploeg heeft gestaan. Eentje die samen wint en samen verliest. Samen verliezen kan ook heel mooi zijn.”

Eric van den Boom: “We willen aan het einde van het seizoen terugkijken op een ploeg die heeft meegedaan in de grote koersen. Daarmee bedoel ik: koersen om te kunnen winnen. Daarbij hoop ik toch zeker dat we een paar mooie overwinningen boeken, in etappekoersen en eendagswedstrijden.”

Jeroen Blijlevens: “We zijn de laatste twee jaar goed geweest in de Women’s Tour. Die ronde ligt ons. Met Marianne Vos willen we ook in de Prudential Ride London van ons laten horen. In de Amstel Gold Race moeten we de breedte van de ploeg benutten. Ook in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik kunnen we collectief sterk zijn, maar daar zijn de finales wat lastiger en daarmee bepalender.”

Eric van den Boom: “De wedstrijden in Zweden en Noorwegen, in augustus, zijn traditioneel koersen waarin we het heel goed doen. De Ronde van Vlaanderen blijft een fenomeen op de kalender. Daar zou ik ons graag heel goed zien rijden. In het begin van het seizoen moeten we de Strade Bianche niet vergeten. Dat is al meteen een prachtige wedstrijd waarin we kansrijk zijn.”


Poolse groei-briljanten

Marta Lach

Agnieszka Skalniak

CCC-Liv is een Nederlandse ploeg met een Poolse hoofdsponsor én met Poolse rensters: Marta Lach en Agnieszka Skalniak. Zij staan in eigen land te boek als grote talenten die nu ook aan de rest van Europa mogen laten zien wat ze in hun mars hebben. “We willen het vertrouwen van CCC in onze ploeg terugbetalen.”


lees verder

Poolse groei-briljanten

Marta Lach

Agnieszka Skalniak

CCC-Liv is een Nederlandse ploeg met een Poolse hoofdsponsor én met Poolse rensters: Marta Lach en Agnieszka Skalniak. Zij staan in eigen land te boek als grote talenten die nu ook aan de rest van Europa mogen laten zien wat ze in hun mars hebben. “We willen het vertrouwen van CCC in onze ploeg terugbetalen.”

Hebben jullie een goede winter gehad?

Marta: “Mijn winter was er eentje met veel trainingskampen. We zaten in december met het team in Denia. Toen een groot deel van de ploeg naar Australië vertrok, heb ik eerst in Calpe en later op Gran Canaria een kamp gehad. Na tien dagen thuis geweest te zijn, heb ik m’n koffers gepakt voor de teamstage in Girona. Het is het eerste seizoen dat ik het op deze manier aanpak en ik moet zeggen: het bevalt. We trainen samen, eten samen, doen core stability samen, hebben plezier samen.”
Agnieszka: “Ik zat in januari in Australië. We hebben daar veel uren op de fiets kunnen maken. Het is het eerste jaar dat ik zoveel uren draai. Afgelopen seizoen verbleef ik in de winter in Perpignan, vrij kort. Voor de rest zat ik in Polen. Daar ben je ’s winters gedoemd om binnen te trainen. Nu, met betere trainingsomstandigheden en extra faciliteiten, hoop ik verder te komen.”


“Ik was boos op Marta, ze bleef maar in m’n wiel en vertikte het om op kop te komen”

Jullie rijden voor het eerst samen in een ploeg, kennen jullie elkaar al langer?
Marta: “We komen allebei uit een bergachtig gebied in het zuiden van Polen. Wel zit er meer dan honderd kilometer tussen onze geboorteplaatsen.”
Agnieszka: “Ik woon nu in een ander deel van Polen, waar het weer beter is. Er ligt ’s winters minder sneeuw, het is vergelijkbaar met Nederland.”
Marta: “We hebben elkaar in de juniorentijd leren kennen en ontmoetten elkaar op den duur steeds vaker, bijvoorbeeld op kampioenschappen en op trainingskampen met de nationale selectie. Maar heel veel hadden we niet samen. Nu we bij CCC-Liv rijden, is het anders. We bellen elkaar: ‘Hoe gaat het?’ Je kunt nu van vriendschap spreken.”

Agnieszka: “Het is logisch, we hadden nooit in hetzelfde team gezeten. En in koers wil iedereen winnen. In onze juniorentijd behoorden we tot de top drie van Polen en vochten we altijd om de eerste plaatsen. We hadden persoonlijk niets tegen elkaar, maar in koers was de strijd gewoon groot.”
Marta: “Ik herinner me nog goed ons laatste jaar bij de junioren. We zaten met drie vooruit. Eentje moest lossen, en dus bleven Aga en ik over. Zij reed voorop, ze schreeuwde dat ik moest overnemen. ‘Het is jouw beurt!’ Ik vertikte dat en bleef gewoon in haar wiel.”
Agnieszka: “Marta was die dag sterk. Ze bleef maar loeren op het juiste moment en weigerde aan kop te komen. Ik was echt boos op haar. Zo boos, dat ik op een steil stuk besloot om aan te vallen. Ik wist dat ik haar daar kon hebben, gelukkig kwam ik los. Ik gaf alles en hield vol. Marta werd tweede.”



“De kleur oranje van onze kit is precies goed: niet te donker, niet te flitsend”

Zijn jullie fashion-minded?

Marta: “Meiden willen er altijd goed uitzien. Onze kleding, zowel in koers als in de vrije tijd, ziet er gewoon perfect uit. Het is ook leuk om CCC-schoenen uit eigen land te kunnen dragen. De combi van een zwarte fiets en een overwegend oranje kit is prachtig. De kwaliteit is bovendien uitstekend. In de Etxeondo-bibshorts zit bijvoorbeeld de dyneema-vezel. Die beschermt je bij valpartijen.”

Agnieszka: “Toen ik in Australië was, heb ik regelmatig van mensen gehoord, ook van de mannelijke profs, dat we er prachtig bij lopen. Het design is gewoon heel mooi. De kleur oranje is precies goed: niet te donker, niet te flitsend. Ik was blij met al die complimenten.”
Marta: “Onderweg herkennen mensen je aan je shirt. Ze spreken je aan en vragen je het hemd van het lijf, figuurlijk dan.”
Agnieszka: “Dat herken ik wel. ‘Hoe gaat het in het team?’, ‘Je ziet er strak en professioneel uit!’ Ook mensen die je niet kent, kloppen bij je aan. Je moest eens weten hoeveel vragen ik sinds de overstap heb gekregen op social media. Iedereen in Polen wil een drinkbus of een foto met handtekening. Dit heb ik nooit eerder gezien. Mensen zijn echt geïnteresseerd.”


Blijven jullie in Polen wonen tijdens het seizoen?
Marta: “Ja, ik blijf in Polen. Ik volg daar nog een academische opleiding bewegingswetenschappen, in Krakow. Normaal gesproken studeer je van maandag tot en met vrijdag, maar ik doe alles in twee of drie dagen, afhankelijk van wat er op het programma staat. Ik hou ervan om thuis te zijn, in het zuiden. M’n familie geeft me ongekend veel levensenergie. Dat is ook belangrijk om te presteren in de wielersport. Als het weer het laat afweten, kan ik altijd nog op trainingskamp.”

Agnieszka: “Ik blijf ook in Polen. Ik voel me daar op m’n gemak. De cultuur, de taal – het maakt het allemaal net wat gemakkelijker. Polen is gewoon m’n thuis.”


“Ik ben ooit begonnen met slalom skiën en ben zelfs nog een tijdje skitrainer geweest”

Is het gemakkelijk om als Poolse voor een wielercarrière te gaan?
Agnieszka: “Het wordt steeds gewoner. In mijn omgeving ontstaan steeds meer kleine clubs, teams en opleidingsinstituten. Daar kunnen jonge kinderen terecht, ze kunnen er ook intern verblijven. Wat ik mooi vind, is dat verschillende Poolse profs en ex-profs hier steun aan geven, ook financieel.”
Marta: “Toen wij begonnen, was dat nog anders. Je moest veel meer je eigen weg vinden. Ik raakte enthousiast voor de sport, nadat ik had deelgenomen aan een wedstrijdje. Op school zeiden ze: ‘Het is een koersje, ga ervoor!’ Ik was verkocht en ben steeds wat verder gekomen. Ik had het geluk dat ik op de goede momenten de juiste mensen trof die me verder konden helpen in de sport.”

Agnieszka: “Mijn moeder vond bewegen belangrijk, ze liet me van alles proberen. Toen ik twee jaar was, startte ik met slalom skiën. Ik ben zelfs doorgegroeid naar skitrainer, helaas heb ik daar nu te weinig tijd voor. Ook heb ik jaren aan balletdansen gedaan. Via vrienden van m’n ouders kwam ik met het fietsen in aanraking. Zij hadden een fietsenzaak. Ik deed mee aan een wedstrijdje op de mountainbike en werd eerste in mijn leeftijdscategorie. Dat was precies de motivatie die ik nodig had. M’n ouders vonden het prachtig. Natuurlijk hadden ze hun ouderlijke zorgen, maar ze vonden het buitenzijn belangrijk. Ze wilden me echt niet voortdurend achter de computer zien.”

Marta: “Zo was het bij ons ook. Ik heb vijf broers, we waren altijd buiten. Nu zie je kinderen alleen maar druk zijn met smartphones. Als ik later ooit kinderen heb, dan zal ik ze ook meegeven hoe belangrijk het is om buiten te zijn en te bewegen.”


Wat mogen we dit seizoen van jullie verwachten?
Marta: “Ik hou van lastige intervalwedstrijden met heuvels, al moeten ze niet al te lang zijn. In die wedstrijden hoop ik de andere rensters te kunnen helpen. In klassiekers kom ik, denk ik, nog wat beter tot m’n recht dan in etappewedstrijden.”

Agnieszka: “Voor mij geldt hetzelfde, met het verschil dat ik iets meer bedreven ben in tijdrijden. Hoe het zal gaan, is afwachten. Het niveau waarop ik nu rij, is hoger dan ooit. Ik voel in ieder geval dat ik sterker ben dan een jaar geleden, zeker na het laatste kamp. Dat geeft me een fijn gevoel.”

Marta: “Elk jaar word je een stukje sterker. Ik wil me dit seizoen verbeteren. Niet alleen op fysiek gebied, maar ook technisch. Ik krijg ook veel steun vanuit de groep. Hoe kun je het spel tactisch slim spelen? Met Marianne heb ik het ook al eens gehad over de ideale klimcadans. Ik kijk naar anderen en observeer. En als iets me niet geheel duidelijk is, dan vraag ik het gewoon.”

Agnieszka: “Je leert vooral in koers. In Australië had ik veel steun aan Riejanne. We moesten van onze ploegleider op kop rijden. Zij gaf me heel gerichte aanwijzingen over het moment om aan kop te gaan en over het tempo dat ik moest aanhouden. Ook het positioneren is een ding. Hoe kan ik in het peloton rijden en extra zuinig met m’n energie omgaan?”

Marta: “Dit wordt mijn laatste seizoen bij de beloften. Ik zou graag nog een medaille halen op het Europees kampioenschap, maar goed, het blijft sport en dus moet je het afwachten. Ik wil bovenal belangrijke wedstrijden winnen met de ploeg en daarin een rol spelen.”

Agnieszka: “Voor mij is het belangrijk om goede teamresultaten te boeken. En op het Europees kampioenschap wil ik goed zijn. Ook voor mij is dit het laatste jaar in de beloftencategorie. Het liefst sluit ik het af met een medaille op de tijdrit.”


DE DOOR-BRAAK NAAR DE TOP

Pauliena Rooijakkers

Jeanne Korevaar

Riejanne Markus

Groeien, doorontwikkelen, verbeteren. Het zijn woorden die regelmatig over de lippen rollen bij Pauliena Rooijakkers, Riejanne Markus en Jeanne Korevaar. Ze zijn nog relatief jong, maar steken hun neus steeds vaker aan het venster. “Je merkt dat we elkaar sterker maken en naar een hoger niveau tillen.”


lees verder

De door-braak naar de top

Pauliena Rooijakkers

Riejanne Markus

Jeanne Korevaar

Groeien, doorontwikkelen, verbeteren. Het zijn woorden die regelmatig over de lippen rollen bij Pauliena Rooijakkers, Riejanne Markus en Jeanne Korevaar. Ze zijn nog relatief jong, maar steken hun neus steeds vaker aan het venster. “Je merkt dat we elkaar sterker maken en naar een hoger niveau tillen.”

Hoe zouden jullie deze ploeg omschrijven?
Riejanne: “We zijn een hechte ploeg met veel jonge meiden en veel talent, gecombineerd met een karrevracht aan ervaring. Marianne en Ashleigh presteren al vele jaren fantastisch en hebben al veel gewonnen. Van hen kunnen we het nodige leren.”
Jeanne: “Er is wel een verschil met afgelopen jaar. Er zijn nieuwe gezichten bijgekomen en het team heeft een meer internationaal karakter gekregen.”
Pauliena: “Wat ik goed vind, is dat de ploeg rensters heeft vastgelegd die goed in het geheel passen.”
Riejanne: “We kunnen plezier hebben met elkaar, maar wat opvalt is dat we doorgaans rustig zijn.”
Jeanne: “En dat er respectvol met elkaar wordt omgegaan.”
Pauliena: “We zijn allemaal teamplayers, niemand uitgezonderd.”


Is dit een fijne periode, zo aan de vooravond van de voorjaarsklassiekers?

Jeanne: “Iedereen vraagt zich deze dagen af: ben ik er klaar voor? Dat is heel logisch. Je hebt de wintermaanden achter de rug en nu moet het gaan gebeuren. Maar dat betekent niet dat nervositeit de overhand neemt. We leven zo relaxed mogelijk naar de grote voorjaarswedstrijden toe. Er is wel iets in je achterhoofd wat zo af en toe zegt: het echte werk komt eraan.”
Riejanne: “Elke wielrenner krijgt dezer dagen wel een keer een soort paniekaanval: ojee, het gaat weer beginnen. Ben ik goed genoeg? In de ploeg wordt de rust bewaard. Jeroen Blijlevens geeft ons vertrouwen: ‘Hou je vast aan het gevoel waarmee je vorig jaar bent geëindigd. Probeer elk jaar kleine stapjes te maken en borduur daarop voort.’ Ik denk dat dat belangrijk is.”

Jeanne: “Het is natuurlijk lekker als je meteen goed rijdt in de Omloop Het Nieuwsblad. Maar je moet niet heel je seizoen daarvan laten afhangen. Kom op, het is de eerste wedstrijd. Hoe goed of slecht je ook bent, het seizoen duurt toch nog lang.”
Pauliena: “Het is afwachten, maar ik denk wel dat ik er klaar voor ben. Ik merk dat ik gemakkelijker ronddraai dan een jaar geleden. Heb ook veel aan techniektraining gedaan in de winter. Dat geeft me vertrouwen. Je moet sowieso positief zijn. Mentaal gezien ben ik weer wat sterker.”

Riejanne: “Ik heb vorig seizoen zoveel gekoerst dat ik een goede basis heb overgehouden. Afgelopen winter merkte ik dat ik al meteen goed op de fiets zat. Dan maak je een plan met je trainster: hoe werk je naar het seizoen toe? Ik voel me fit en heb het gevoel dat het goed zit.”


“Pauliena kan hard zijn voor zichzelf. Ze gaat altijd door, zonder te klagen

Jullie groeien alle drie razendsnel. Welke randvoorwaarden zijn daarin belangrijk?

Jeanne: “Ik heb graag mensen om me heen die vertrouwen in me hebben. Die helpen. Dus gewoon een goede staf. Wat hier echt fijn is, is dat er een goede staf staat en dat het daarbinnen klikt. Samen gaan ze voor ons door het vuur. Masseren, tactische besprekingen, materiaalhulp; al die dingen samen zorgen ervoor dat we verder komen. Natuurlijk moet je het zelf waarmaken. Ik heb afgelopen winter keihard gewerkt en wil graag verder op het punt waar ik afgelopen seizoen ben gestopt.”

Riejanne: “De samenstelling van de groep meiden is belangrijk. Die bepaalt de sfeer en of je goed kunt samenwerken en van elkaar leren. Daarnaast heb je de staf en faciliteiten. In december hebben we al veel voorbereidend werk kunnen doen, bijvoorbeeld alle mediazaken en de fysieke tests. In de weken naar de start van het seizoen hebben we echt de puntjes op de i gezet. Downhillspecialist Oscar Saiz bezocht ons slotkamp in Girona en hielp ons met daal- en techniektrainingen. Door steeds meer op details te letten en met extra faciliteiten helpt CCC-Liv ons verder.”
Pauliena: “Je merkt binnen deze ploeg duidelijk dat we elkaar sterker willen maken. Om je heen heb je een paar rensters die tot veel in staat zijn. Die dragen eraan bij dat je veel leert. Daar wil je naartoe groeien. Je helpt elkaar en wil dat iedereen goed rijdt in wedstrijden.”


Zijn jullie voor jezelf veeleisend?
Riejanne: “Ik denk het wel, dat hoort bij topsport. Als je niet veeleisend bent, kan je nooit zo ver komen. Het is belangrijk dat je alles goed voor elkaar hebt en dat je het beste uit jezelf haalt.”
Pauliena: “Je moet er ook goed mee kunnen dealen als het even wat minder gaat. Dat is moeilijk. Maar je verliest vaker dan dat je wint.”
Jeanne: “Ik eis veel van mezelf. In wedstrijden, maar ook in trainingen leg ik de lat hoog. Ik doe altijd wat er van me gevraagd wordt. En niet minder dan dat. Dat is misschien niet altijd positief.”


Kennen jullie elkaars sterke eigenschappen?
Pauliena: “Riejanne blijft altijd vechten in koers, ook al gaat het niet zo lekker. Kijk naar de Giro Rosa, afgelopen jaar. Ze had daar pech, viel drie keer. Maar ze bleef de mouwen opstropen en knokken. Straf, toch?”
Riejanne: “Jeanne is heel georganiseerd en gaat planmatig te werk. Ze heeft precies in haar hoofd zitten hoe ze het wil doen.”
Jeanne: “Pauliena is echt een harde werker, ze kan hard zijn voor zichzelf. Ze gaat door zonder te klagen. Geen gezeur, gewoon er vol voor gaan.”


“De Strade Bianche is episch”

Waar hopen jullie aan het eind van het seizoen te staan?
Riejanne: “Ik hoop dan dat ik het in sommige wedstrijden beter heb gedaan dan vorig jaar. Dus dat de uitslagen verbeterd zijn. Het belangrijkste is echter dat we in teamverband presteren, daar wil ik een rol in spelen. Het sterke punt van onze ploeg is dat we meiden hebben die aan elkaar gewaagd zijn. En er zijn er een paar die er echt bovenuit steken. Daar moeten we gebruik van maken. Als iedereen in koers naar Ashleigh kijkt, dan kan een ander die ook goede benen heeft een keer wegrijden. Zo ging dat vorig jaar in de Amstel Gold Race met mij ook. Het is leuk om dat spel te spelen. Dat motiveert iedereen binnen de ploeg.”

Pauliena: “Vorig jaar kwam er best veel op me af. Ik heb veel koersdagen gehad, er kwam soms ook tegenslag op m’n pad. Ik hoop dat ik dit jaar een goed, steady seizoen draai en dat het allemaal net wat gemakkelijker gaat.”

Jeanne: “Ik wil mezelf doorontwikkelen, sterker worden. Ik hoop in meer finales mee te kunnen doen dan vorig jaar. Daarbij heb ik geen specifieke wedstrijden omcirkeld. Wanneer en hoe, dat maakt echt niet uit. We willen met het team koersen. Als een team rijden. Op die manier hoop ik een mooi seizoen te draaien.”


“Met dit team en deze meiden moeten we de competitie aan kunnen gaan”

Wat is voor jullie de mooiste voorjaarswedstrijd?
Riejanne: “De Amstel Gold Race en Strade Bianche! Ik vond het als kind al leuk om de Amstel Gold Race te kijken. Limburg is een fantastische omgeving om te trainen. Ik ben er veel geweest en ken er haast alle plekken. Als je dan over diezelfde wegen mag koersen, geeft dat een speciaal gevoel. Er staat ook veel publiek langs de kant. De Strade Bianche is super, vanwege de gravelwegen en het Toscaanse decor. Toscane is een van m’n favoriete plekken. De Strade Bianche is episch.”

Jeanne: “De Strade Bianche staat bij mij ook hoog op het lijstje. Die koers heeft zoveel facetten: heuvels, grindpaden, smalle wegen. Maar de Ronde van Vlaanderen moet er zeker ook bij. Dat is qua koersbeleving een en al gekkenhuis.”

Pauliena: “Geef mij maar de Ardennenweek, in het bijzonder Luik-Bastenaken-Luik. La Redoute is echt een fantastische beklimming. De hellingen zijn er iets langer dan in de Amstel Gold Race en Waalse Pijl. Dat ligt mij wel.”


In welke voorjaarsklassiekers heeft het team de meeste kansen op succes?
Riejanne: “In de Ardennenklassiekers. Die week wordt belangrijk voor de ploeg. Het zijn echter ook lastige koersen om te winnen, want andere ploegen focussen daar net zo goed op en die hebben ook geen slechte rensters in huis. Met dit team en deze meiden moeten we in elk geval de competitie aan kunnen gaan.”

Jeanne: “Vergeet ook de Ronde van Drenthe niet. Daar moeten we met Marianne normaal gesproken iets kunnen ondernemen.”

Pauliena: “De selectie is dit jaar weliswaar vernieuwd, maar we weten van elkaar goed wat we willen en wat we kunnen in bepaalde koersen. We kennen elkaars sterke en zwakke punten. Dat gaat ons hopelijk verder brengen.”


TERUG OP
DE FIETS,
TERUG NAAR DE TOP

Sabrina Stultiens

De fiets van Sabrina Stultiens hangt al een tijd aan de haak. Trainen zit er op dit moment niet in. Oorzaak: een slepende hersenschudding, opgelopen in de nazomer van 2018. Elke dag knokt ze voor herstel. “Ik krabbel voorzichtig uit het dal. Het is een lastige blessure, maar ik weet dat het goedkomt en dat geeft me vertrouwen.”


lees verder

TERUG OP DE FIETS, TERUG NAAR DE TOP

Sabrina Stultiens

De fiets van Sabrina Stultiens hangt al een tijd aan de haak. Trainen zit er op dit moment niet in. Oorzaak: een slepende hersenschudding, opgelopen in de nazomer van 2018. Elke dag knokt ze voor herstel. “Ik krabbel voorzichtig uit het dal. Het is een lastige blessure, maar ik weet dat het goedkomt en dat geeft me vertrouwen.”

Wat is er vorig jaar in de Ardèche gebeurd?

“Met de nationale selectie zou ik de Ronde van de Ardèche rijden. Op de dag vóór de koers hadden we een uurtje losgefietst. Eenmaal terug op de camping kwam ik ongelukkig ten val. Ik kon mezelf niet meer opvangen waardoor ik met mijn kin de grond raakte. Het was al gebeurd voordat de koers was begonnen.”


“Niet vanwege de hersenschudding, maar vanwege de grote kniebult ben ik niet van start gegaan”

Ben je behandeld?

“Ik werd meteen goed begeleid door de mensen van de KNWU. De kin moest gehecht worden. Ik had ook wel wat hoofdpijn, maar dat viel toen nog wel mee. Ik ben wat gaan rusten en had nog steeds de intentie om van start te gaan. De volgende ochtend werd ik wakker en zat er op m’n knie een bult zo groot als een ei. Het was de knie waaraan ik al vaker geblesseerd was geweest, dus om die reden leek het me beter om maar niet te starten.”


Daarop ben je naar huis gegaan?
“Ik ben nog twee dagen daar gebleven. Ik dacht: misschien verbetert het en kan ik hier nog wat trainen. Maar intussen was de hoofdpijn al wat erger geworden. In overleg hebben we besloten dat ik naar huis zou gaan. Toen begon een ellenlange reis, want ik merkte dat ik heel gevoelig was voor prikkels. Ik heb vrijwel continu oordoppen in gehad omdat ik last had van het omgevingsgeluid. Ik had wel een donkerbruin vermoeden wat het echte probleem was: een hersenschudding.”


 “Een half uur fietsen voelde als een duurtraining van vijf uur”

Hoe ging het thuis verder?
“Bij de dokter werd m’n vermoeden bevestigd. Ik moest rust houden en heb de eerste weken haast alleen maar geslapen. Na een week of drie heb ik voor het eerst met een vriendin afgesproken en twee weken daarna heb ik voor het eerst de fiets aangeraakt. Ik ben een half uur weggeweest, maar had het gevoel of ik een duurtraining van vijf uur had afgewerkt. Het ging niet goed. Ik was gevoelig voor licht, kon geluid niet verdragen en had enorme hoofdpijn en concentratieproblemen.”


Wat heb je gedaan om het tij te keren?
“Onze teamarts Tessa Backhuijs heeft me doorverwezen naar een neuropsycholoog. Daar ben ik haar heel dankbaar voor, want toen kon ik echt aan m’n herstel gaan werken. Begin november heb ik eerst een onderzoek gehad. Daaruit bleek dat ik een vorm van traumatisch hersenletsel had. Later in de maand zijn we begonnen met therapie, twee of drie keer in de week in Helmond. Daar deden we kleine cognitieve oefeningen waarbij je meerdere taken tegelijk uitvoert. De therapeut gooide bijvoorbeeld een bal naar me toe en intussen moest ik de tafel van zes opnoemen. Thuis moest ik dagelijks wandelen, tussen de vijf en dertig minuten. Na een kwartier was ik vaak al helemaal gesloopt.”


Wanneer merkte je vooruitgang?
“In het begin ging het heel moeizaam. Ik was bang dat ik de problemen erger zou maken en heb de therapie zelfs nog een keer moeten afzeggen, omdat het te vermoeiend was. Op den duur krijg je toch vertrouwen, omdat je ziet dat je heel kleine stapjes vooruit zet. Ik kreeg minder last van lichtprikkels, maar had nog wel veel moeite met geluid en concentratie. Ook het oorsuizen bleef lange tijd irritant.”


“Een gekke blessure: vanaf de buitenkant zie je er niks van”

Hoe was het voor de mensen in jouw omgeving?
“Heel moeilijk! ’s Middags lag ik uren op bed. En bekenden kon ik niet ontvangen, alleen m’n ouders en af en toe m’n opa en oma. Ik moest alle prikkels vermijden en heb maar mondjesmaat op berichtjes van zelfs de allerbeste vriendinnen kunnen reageren. Nog steeds ben ik daarin terughoudend. Niet omdat ik er geen zin in heb, maar omdat het nog te belastend is. Ik wil niet te veel doen, want dan krijg ik het deksel de volgende dag weer op de neus. Weet je… het is gewoon een heel gekke blessure, want je ziet er vanaf de buitenkant niks van: ik heb geen schaafwond, geen schrammetje, niets. Maar van binnen is het toch mis.”


Hoe moeilijk is het voor een topsporter om geduld op te brengen?

“Dit is de lastigste blessure die ik ooit heb gehad. Als topsporter strijd je mee om de voorste plaatsen door goed te trainen. Hier is het precies andersom: om deze strijd te winnen, moet ik het juist rustig aan doen. In het peloton hoor je weleens: ‘Die renner ligt er nog steeds uit door een hersenschudding.’ Je vindt het vervelend voor diegene, maar weet niet goed wat het inhoudt. Inmiddels weet ik er alles van. Ik heb na een tip enkele keren contact gehad met Taco van der Hoorn. Die heeft in hetzelfde schuitje gezeten en is er bovenop gekomen. Het is fijn om er met een lotgenoot uit de wielersport over te spreken.”


“Mijn neuropsycholoog geeft steeds aan dat ik op niveau kan terugkeren, maar dat het tijd nodig heeft”

Waar sta je nu?

“Ik heb de stijgende lijn te pakken. Er zit vooruitgang in, maar ik fiets nog niet. Binnenkort ga ik dat weer proberen, eerst op een stadsfiets en pas later op een racefiets. Ik leg mezelf geen druk op en zie wel wanneer dat moment komt. Want ik weet dat je heel gemakkelijk kunt terugvallen. Rond de kerst ging het goed, toen dacht de therapeut dat ik misschien in januari al eens zou mogen fietsen. Vervolgens kreeg ik een terugslag. Zulke momenten zijn heftig en lastig. Daarom bekijk ik het nu van dag tot dag en denk ik nog helemaal niet aan wedstrijden. Jeroen Blijlevens en Eric van den Boom zijn geduldig. Zij zeggen: ‘Neem de tijd die nodig is!’ Het is fijn dat ze mij steunen, dat geeft rust.”


Ga je de hersenschudding te boven komen?
“Daar ben ik van overtuigd. Het gaat nog steeds met ups en downs, maar hoe ik me nu voel is al een wereld van verschil met hoe het eerst was. Ik bekijk het positief: van elke situatie leer je, ook hier pik ik weer mijn dingen uit en die neem ik mee naar de toekomst. Ik geniet nu extra van de dingen die wél goed gaan! Je bent wielrenner en wil dus niets liever dan op de fiets zitten. Mijn neuropsycholoog geeft steeds aan dat ik op niveau kan terugkeren, maar dat het tijd nodig heeft. Het is een blessure, alleen een heel vervelende en complexe. Het feit dat het zeker goed komt, geeft me in elk geval vertrouwen.”


HEROÏEK
IN HET VLAAMSE
VOORJAAR

Evy Kuijpers

Valerie Demey

Evy Kuijpers kroonde zich afgelopen jaar tot Nederlands kampioen bij de elite (zonder contract). Valerie Demey geldt als een van de parels van de Vlaamse wielerschool. Beiden zijn nieuwkomers bij CCC-Liv en richten zich met name op succes in de voorjaarsklassiekers. “De Vlaamse koerscultuur is onovertroffen.”


lees verder

Heroïek in het Vlaamse voorjaar

Evy Kuijpers

Valerie Demey

Evy Kuijpers kroonde zich afgelopen jaar tot Nederlands kampioen bij de elite (zonder contract). Valerie Demey geldt als een van de parels van de Vlaamse wielerschool. Beiden zijn nieuwkomers bij CCC-Liv en richten zich met name op succes in de voorjaarsklassiekers. “De Vlaamse koerscultuur is onovertroffen.”

Waren jullie snel gewend aan de nieuwe omgeving?

Valerie: “De professionele manier waarop mensen met ons omgaan en de mogelijkheden die we krijgen, is ongekend. Zelfs nu, na twee trainingskampen en een uitstap naar Australië, heb ik nog altijd het fijne gevoel dat je hebt als je in een nieuwe, frisse ploeg komt te rijden. En dat blijft waarschijnlijk nog wel even zo. Ik voel me hier thuis, heb zin om erin te vliegen.”
Evy: “Voor mij was de stap best groot: ik kwam van een club en was een heel andere structuur gewend. Wat mij erg aanspreekt is het familiaire, Brabantse karakter van de ploeg. Je wordt meteen opgenomen in de groep. In Australië hebben we een supertijd met elkaar gehad. Ook met de staf is de klik er. Dus, gewend? Ja! Goeie dingen wennen gewoon heel snel.”


“Bij CCC-Liv ervaar ik hoeveel toegevoegde waarde een ploegleider kan hebben”

Van wie leren jullie veel in deze fase, sportief gezien?

Valerie: “Van alle rensters, maar vooral van Marianne Vos en Ashleigh Moolman Pasio. Dat zijn wereldtoppers met tonnen ervaring. Als we tijdens de training naast elkaar rijden en je wilt iets weten, dan zijn ze altijd bereid hun kennis en ervaring te delen. Hoe pakken zij het trainen aan? Dat is interessant. Ik heb m’n rugzak altijd mee en vul die met alles wat ik kan gebruiken. Ook bij de stafleden haal ik genoeg weg.”

Evy: “Goed dat je de staf noemt! In de Towards Zero Race Melbourne waren we op papier kansloos in de sprint. Maar Jeroen Blijlevens had een tactisch plan bedacht: we moesten het peloton in de voorlaatste ronde uit elkaar rijden. Iedereen dacht: kan dat? Op het moment suprême hielden we ons aan het plan en zaten vijf van ons in de finale, op een totaal van vijftien rensters. In die koers heb ik echt ervaren dat een ploegleider veel toegevoegde waarde kan hebben. Jeroen pakt het op een goede manier aan; hij betrekt ons en laat ons mee discussiëren. Er komt altijd iets verrassends uit.”

Valerie: “Wat mij aanspreekt, is dat je met een plan naar een wedstrijd gaat. Ik weet zeker dat veel rensters uit andere ploegen starten met het idee: we zien wel hoe het zich ontwikkelt. Hoe een koers ook verloopt, bij ons staat er altijd een hechte ploeg die met een tactiek op pad is gestuurd.”



“Ik durf tegen iedereen in de ploeg wel een sprintje te doen”

Welk type wedstrijden moet jullie liggen?

Evy: “De switch naar CCC-Liv is een hele stap omhoog, er wachten dit jaar veel wedstrijden in de WorldTour. Een goede aansluiting maken, is nu de eerste prioriteit. Daarbij moet ik ontdekken waar m’n kwaliteiten liggen en waar ik het team kan helpen. De trainingskampen zijn zwaar, iedereen kan goed bergop. Ik ben de enige ‘helemaal-niet-klimmer’, denk ik. Maar goed, dat maakt mij op het kamp beter. Aan de andere kant durf ik wel tegen iedereen een sprintje te doen. Zoals ik het nu inschat, liggen de Vlaamse voorjaarswedstrijden me het best. Daar hoop ik m’n steentje bij te dragen aan succes.”

Valerie: “Ik ben allround. Maar vorig jaar is gebleken dat ik in de Vlaamse klassiekers het best tot m’n recht kom. Daar gaat het veel om kracht, positioneren en wringen. Dat ligt mij wel. Ik wil in de komende jaren graag focussen op de wedstrijden waarin ik goed ben. Meer pieken dus. Op termijn zou ik bijvoorbeeld ook de Amstel Gold Race of Luik-Bastenaken-Luik moeten aankunnen. Dat blijkt ook wel uit de resultaten van mijn fysieke tests. Ik zet die wedstrijden zeker niet uit mijn hoofd.”

Evy: “Wat je schetst, past ook bij het vrouwenwielrennen. Je krijgt een scheiding tussen de seizoenen, rensters gaan zich meer specialiseren. Je kunt niet overal sterk zijn.”


Waar dromen jullie van?
Valerie: “Van wereldkampioenschappen rijden, in de toekomst. Deelname is al mooi, een resultaat neerzetten is helemaal top. Maar dat is nog ver weg. Dat geldt ook voor de Olympische Spelen. Mijn vriendin doet aan BMX’en en zij mikt op een podiumplaats op de Spelen. Het zou toch prachtig zijn als we samen naar Tokio kunnen? Maar als wegrenner heb je niet alles in de hand. Je hebt een bondscoach die selecteert op basis van wat jij laat zien. Ik kan alleen maar zorgen dat ik goed genoeg ben.”

Evy: “Ik heb ook wel een droom, alleen kan die niet uitkomen. Althans, nu niet, want de koers bestaat in onze sport nog niet. Strijden in Parijs-Roubaix lijkt me het ultieme. Die klassieker past bij een coureur als ik vanwege de combinatie van kasseistroken en vlakkere wegen. Echt, er is volgens mij niets mooier dan ouderwets over de keien raggen. Parijs-Roubaix is een en al heroïek, het is ouderwets wielrennen. Veel races zijn gecontroleerd via de oortjes, maar daar lukt dat niet. Het is een onvoorspelbare koers, want pech ligt altijd op de loer.”


“Nederlanders zeggen dat Vlaanderen de mooiste wielercultuur heeft, maar ze gaan wel met veel belangrijke prijzen lopen”

Als we het over 7 april 2019 hebben, wat zeggen jullie dan?
Valerie: “De Ronde van Vlaanderen! Dat is een wedstrijd die heel dicht bij me staat, het is dé koers in Vlaanderen. Ik moet er heel, heel hard voor werken om daar top te zijn. Qua resultaat ben ik nog nooit verder gekomen dan een veertigste plaats, dat moet beter kunnen. Als je ouder wordt, word je sterker en moet een kortere klassering mogelijk zijn.”

Evy: “Het is voor Vlamingen de Hoogmis, de wedstrijd die boven alle andere staat. Ook voor niet-Vlamingen is de Ronde ‘een serieus dingetje’. Ik heb hem tot dusver één keer gereden en ben echt gek op die koers.”
Valerie: “De Ronde heeft historie, iets magisch. Iedereen leeft daarnaartoe en neemt er een dag congé voor. Het Ronde-gevoel valt niet onder woorden te brengen. Probeer maar eens uit te leggen dat een cirkel rond is: het is gewoon zo. Heel speciaal is ook dat je op zo’n belangrijke dag over je eigen trainingswegen gaat. Dat is bij meerdere wedstrijden trouwens zo. Ik kom uit Brugge, dus de Driedaagse Brugge-De Panne heeft ook zo’n bijzonder tintje.”
Evy: “Je krijgt er moraal van, het kriebelt al als je in de Vlaamse Ardennen traint. Je ziet de beelden voor je van wedstrijden.”


Wat heeft de Vlaamse koerscultuur wat de Nederlandse niet heeft?
Valerie: “Een andere beleving van supporters? Ik weet het niet precies… Als je naar het publiek van de Ronde kijkt, zie je veel volk van over de hele wereld. Het zijn niet alleen maar Vlamingen die supporteren.”
Evy: “In België is wielrennen de sport die op de eerste plaats komt. In Nederland zijn er ook veel andere sporten belangrijk.”
Valerie: “En toch brengt Nederland op dit moment de wielerpareltjes naar buiten. Dat is raar. Jullie zeggen: ‘Vlaanderen heeft de wielercultuur!’ Maar jullie hebben wel de wielrenners die met belangrijke prijzen gaan lopen.”
Evy, lachend: “Maar zonder de grote wedstrijden beginnen we niets. Het wordt misschien tijd dat onze landen samen gaan.”

TWEE KOP-
VROUWEN
VAN WERELD-KLASSE

Marianne Vos

Ashleigh Moolman Pasio

Ashleigh Moolman Pasio en Marianne Vos dansen al jaren op de pieken van de wielersport. En zijn daar nog lang niet uitgedanst. Ashleigh wil na podiumplaatsen graag eens winnen in een voorjaarsklassieker, Marianne droomt van de Strade Bianche en Amstel Gold Race. “Samen kunnen we het spel in koers gemakkelijker spelen.”


lees verder

Twee kop- vrouwen
van wereld-klasse

Ashleigh Moolman Pasio

Marianne Vos

Ashleigh Moolman Pasio en Marianne Vos dansen al jaren op de pieken van de wielersport. En zijn daar nog lang niet uitgedanst. Ashleigh wil na podiumplaatsen graag eens winnen in een voorjaarsklassieker, Marianne droomt van de Strade Bianche en Amstel Gold Race. “Samen kunnen we het spel in koers gemakkelijker spelen.”

Jullie hebben al veel van de wielerwereld gezien. Wat maakt CCC-Liv speciaal?

Marianne: “Ashleigh is nieuw in het team, haar zullen eerder dingen opvallen. Ik heb m’n hele carrière al bij deze ploeg gereden. Wat misschien speciaal is, is de goede manier waarop talentontwikkeling en ervaring samengaan. Ik heb het team zien groeien, met hier en daar een aanpassing om verder te verbeteren. We streven met een ambitieuze groep naar het hoogst haalbare.”

Ashleigh: “Ik ben heel gemakkelijk in dit team gerold. Het voelt alsof ik er al een hele tijd deel van uitmaak. Er hangt een gemoedelijke sfeer maar als het serieus moet, dan gebeurt dat ook. De set-up is professioneel. Daar voel ik me comfortabel bij. Ik hou ook van de combinatie van jonge en ervaren rensters. Het is leuk om mijn ervaring over te dragen. Al voelt het soms best raar om als ervaren renster gezien te worden. Want ik zit pas een jaar of tien in de sport. De junior- en beloftetijd heb ik nooit doorlopen. Ik beschouw het maar als compliment. Het geeft aan dat ik in korte tijd veel heb geleerd. En ik ben nog niet uitgeleerd. In een nieuw team met andere mensen kan ik mijzelf ook weer ontwikkelen.”


“Het maakt mij niet uit of ikzelf of een van mijn ploeggenoten in oranje wint”

Welke sportieve herinneringen hebben jullie aan elkaar?

Ashleigh: “Om te komen tot waar ik nu ben, heb ik het vak snel van anderen moeten leren. Tot mijn geluk heb ik Marianne al vroeg leren kennen, toen ze ooit met de Nederlandse selectie in Zuid-Afrika zat. Later, in wedstrijden, heb ik haar altijd geobserveerd. Ze is een complete renster, dus je volgt haar graag omdat je daar veel van kunt leren. Ze is technisch vaardig en kan als geen ander de koers lezen. Wedstrijden als de Giro Rosa en de wereldkampioenschappen in Limburg zijn me altijd bijgebleven. Op de Cauberg, in 2012, was Marianne buitengewoon indrukwekkend. Ik werd daar twaalfde.”
Marianne: “Natuurlijk herinner ik me onze eerste ontmoeting op het trainingskamp in Zuid-Afrika. Ik heb al eens in een artikel teruggelezen wat het met jou deed om samen met ons te kunnen trainen. Maar ik weet ook nog goed dat jij op ons af kwam en dat we blij waren dat je erbij was. Wij waren op dat moment de beste rensters van Nederland en trainden met de beste van Zuid-Afrika. Dat was voor ons speciaal.”

Ashleigh: “Je behandelde me als gelijke, maar ik was wel nerveus tussen al die Nederlandse toppers.”
Marianne: “Ik reed daar een paar wedstrijden. Het was november, er zat geen druk op want het wegseizoen zat er net op. Het voelde soms als vakantie en soms als een vroeg trainingskamp. Jij moest je als Zuid-Afrikaanse tonen. Die benadering was gewoon anders. Ik weet nog dat we in Pretoria terechtkwamen. We belandden in de verkeersdrukte en jij zei: ‘Laat mij hier maar voorop rijden, want het moet allemaal wel veilig blijven’. Jij loodste ons door het verkeer en langs de verkeerslichten. Prachtig!”


Wat kunnen jullie van elkaar leren?

Ashleigh: “Marianne is compleet en sterk, heeft een goede techniek. Bovenal rijdt ze veel op instinct. Bij mij is dat anders. Het ligt veel meer in mijn natuur om tot in den treure na te denken over situaties en mogelijke scenario’s. Ik ben van origine ook erg gefocust op cijfers en trainingswaarden. Het liefst houd ik over alles de controle. Ik denk graag een paar stappen vooruit: wat zou zich in situatie X of Y kunnen voordoen? Dat komt mede door mijn vroegere studie scheikunde, denk ik. Het kan een goed punt zijn, maar ook een zwakte. Op sommige momenten moet je gewoon snel schakelen. Ik moet meer op instinct gaan koersen en in het moment de juiste keuzes maken. Dat is iets wat je leert van iemand met veel ervaring.”

Marianne: “Voor mij is het precies het tegenovergestelde. Jouw kracht is om gestructureerd te werk te gaan, jij hebt de scenario’s al in je hoofd zitten. Ik ga vaak blanco ergens in en volg daarbij mijn gevoel. Soms is het juist goed om vooraf te hebben nagedacht over bepaalde ontwikkelingen. Want in koers moet je communiceren en weten wat je gaat doen, zeker als je er met meer rensters van voren zit. Een gestructureerde aanpak kan daarbij helpen.”

Ashleigh: “Maar te gestructureerd is ook niet goed. In het begin was ik heel ijverig. Ik wilde altijd alles voor 100 procent goed doen. Ik deed alle programma’s die men mij voorschreef. Wilde ook altijd de opgedragen trainingswaarden halen. Dat is door de jaren heen wel wat veranderd. In koers wint niet altijd degene met de beste waarden, je moet slim en efficiënt koersen. In het begin reed ik bijvoorbeeld altijd maar door de wind naar voren. Ook in trainingen moet je soms flexibel zijn. Sportwetenschappers en trainers kunnen nog zulke mooie schema’s uitwerken, maar we blijven mensen. Als een trainingsrit met een X-aantal intervallen op het menu staat en je lichaam zegt dat het niet kan, dan moet je daarnaar luisteren.”



“Ik presteer al jaren zeer consistent en sta regelmatig op het podium, maar op mijn erelijst ontbreekt nog een grote vis”

Is het fijn om met meer kopvrouwen te rijden?

Marianne: “Dat is zeker zo. Rensters worden sterker, teams worden sterker, het peloton wordt sterker. Je hebt een heel team nodig om met meer dan één mee te kunnen doen in de finale. Als je met sterke ploeggenoten op kop zit, kun je verschillende kaarten spelen en heb je meer kans. Zit je je geïsoleerd, dan is het gewoon moeilijk. Je kunt onmogelijk op alles reageren en dan ook nog winnen, al kun je natuurlijk een keer een lucky shot hebben. Je wordt gedwongen om keuzes te maken.”
Ashleigh: “Waarom zou je in het vrouwenwielrennen maar met één kopvrouw moeten werken? Ik kijk ernaar uit om een van de kopvrouwen te zijn en vooral om onderdeel te zijn van een succesvol team. Wie er wint, doet er niet toe. Het is fijn als je sterk bent, maar het is ook fijn als niet iedereen alleen maar op jou leunt. Daarbij is het natuurlijk zo dat Marianne en ik ook verschillende kwaliteiten hebben. Daarvan kunnen we gebruik maken.”

Marianne: “Onze kwaliteiten overlappen voor een deel, maar we hebben ieder ook andere sterke punten waardoor we elkaar aanvullen. Het wordt voor andere teams lastiger als je voor verschillende strategieën kunt kiezen. Als de concurrentie op één renster focust, kan de ander profiteren. Het klinkt misschien gek wat ik nu zeg (want ik win heel graag), maar het maakt mij niet uit of ik zelf of een van mijn ploeggenoten in oranje wint. Of die ene renster in het witte Zuid-Afrikaanse kampioensshirt natuurlijk. Het voelt voor mij hetzelfde. Ik haal m’n voldoening uit het samenspel in koers.”


“In Australië werd me duidelijk dat Jeanne iemand is van wie we in de toekomst nog veel gaan horen”

Voelen jullie druk?
Ashleigh: “Je hebt altijd bepaalde doelstellingen die je nastreeft. Daarbij komt een zekere vorm van druk om de hoek kijken. Dat is ook goed, want het hoort nou eenmaal bij de focus die je hebt. Marianne wil wedstrijden winnen en dat geldt voor mij net zo goed. Ik presteer al jaren zeer consistent en sta regelmatig op het podium, maar een grote vis ontbreekt nog op mijn erelijst. Ik zou dit seizoen graag een mooie koers winnen.”

Marianne: “Het zou heel mooi zijn als dat lukt. Ik zou graag helpen om het mogelijk te maken.”
Ashleigh: “Er is één koers die ik héél graag op m’n erelijst zet: de Waalse Pijl! Die is voor mij speciaal vanwege de bijzondere vibe, de supporters en de iconische finish op de Muur van Huy. Zoveel wedstrijden met aankomst op een top zijn er in onze sport niet. Ik heb al twee keer op het podium gestaan en eindigde nog vier keer in de top tien. Vorig jaar was winst heel dichtbij en lukte het net niet. Het zou geweldig zijn als ik nu wel een keer aan het langste eind trek. Ook winst in de Giro Rosa zou geweldig zijn. Vorig jaar strandde ik ook daar op de tweede plek.”

Marianne: “Ook ik heb nog wel een koers waar ik graag goed voor de dag wil komen, en die wordt al snel verreden: de Strade Bianche. Al toen er geruchten ontstonden dat deze koers op onze kalender zou komen, leek het me geweldig om hier te rijden. Het parcours is fantastisch, evenals de hellende aankomst in Siena, een van de mooiste steden ter wereld. De Amstel Gold Race is voor ook bijzonder. Het is de grootste klassieker die we in Nederland hebben en het parcours moet me liggen. Daarnaast mik ik dit seizoen op de kampioenschappen.”


Wie in deze groep kan doorbreken tot de absolute top?
Ashleigh: “Ik denk dat Jeanne het talent heeft om ver te komen. Toen het zeker was dat ik naar CCC-Liv zou gaan, ben ik de ploeg nog beter gaan volgen. Ik zag dat zij succesvol was in de Lotto Belgium Tour. Ze heeft daar geproefd van wat het is om te winnen. In januari reden we samen in Australië en werd me wel duidelijk dat we in de toekomst nog veel van Jeanne gaan horen. Ze zit in een goede omgeving waar ze in alle rust kan toewerken naar een doorbraak.”
Marianne: “Je ziet Jeanne steeds wat verbeteren. Ze is een belangrijke schakel binnen de ploeg, iets wat door de buitenwereld niet altijd gezien wordt. Het is moeilijk uit te leggen hoe belangrijk het voorbereidende werk van ploeggenoten is. Jeanne is een 100 procent teamplayer. Ze is er altijd op momenten dat het werk gedaan moet worden. Dat helpt haar ook om haar niveau te verbeteren. Hopelijk kan ze ook zelf in de positie komen om te scoren.”


http://www.fietsenwinkel.nl/giant-Liv-CP?utm_source=ccc-liv&utm_medium=referral&utm_campaign=Giant-Liv-campagne